actueel — januari 26, 2012 at 08:55

Betere weginrichting voorkomt bermongevallen

by

SWOV reconstrueert bijna negentig bermongevallen:

Veel bermongevallen zijn te voorkomen
Door wegen buiten de bebouwde kom veiliger in te richten kunnen veel ernstige bermongevallen worden voorkomen. Ruimere bochten, geribbelde kantmarkeringen, bomen of andere obstakels die zijn afgeschermd of verder van de weg staan: het zijn slechts enkele maatregelen die vooral de 60- en 80-km/uur-wegen veiliger kunnen maken. Ook maatregelen die afleiding, vermoeidheid of risicovol rijgedrag (zoals te hard rijden) tegengaan, kunnen bermongevallen voorkomen. Dit blijkt uit onderzoek dat de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV vandaag heeft gepubliceerd.


Bermongevallen voorkómen
Voor haar onderzoek analyseerde de SWOV bijna negentig bermongevallen. Hieruit komt naar voren dat bij veel bermongevallen waarbij de automobilist uit de bocht is gevlogen, de bochten vaak (te) scherp zijn. Volgens de SWOV moeten deze bochten – behalve met lagere snelheid worden genomen – worden voorzien van betere bebakening zodat ze voor automobilisten beter zichtbaar worden en hen een betere geleiding bieden. Ook het aanbrengen van geprofileerde kantstrepen kan bijdragen aan het voorkomen van bermongevallen.

Maatregelen gericht op bestuurder en voertuig
Naast een betere weginrichting, zijn er ook maatregelen mogelijk die zich op de automobilist zelf richten of op de auto. Hierbij valt te denken aan een intelligente snelheidsadapter (ISA) voor jonge beginnende automobilisten, elektronische stabiliteitscontrole (ESC) en voorlichting over de risico’s van afleiding tijdens het autorijden. Daarnaast zouden automobilisten zich er beter bewust van moeten zijn wanneer zij wel of niet (meer) in staat zijn om veilig te kunnen autorijden, de zgn. statusonderkenning.

Uit het onderzoek blijkt dat bij circa 20% van de bermongevallen afleiding, in en buiten de auto, een belangrijke rol speelt: de automobilist die bezig is een cd te wisselen, iets van de vloer opraapt, kijkt naar iets dat naast de weg gebeurt, etc. In ongeveer 25% van de gevallen speelde ‘risicovol gedrag’ een rol. Hierbij ging het vooral om jonge, onervaren mannelijke automobilisten die te hard door een slecht aangekondigde bocht gaan of inhalen waar dat eigenlijk niet kan en vervolgens tegen een te dicht bij de weg staande boom of ander obstakel botsten.

Vermoeidheid, slaap of een black-out speelde een rol bij 15% van de bermongevallen. Dit ging vooral om redelijk ervaren bestuurders (tot 40 jaar) of juist oudere bestuurders (65+). In het eerste geval is er vaak sprake van vermoeidheid. Bij ouderen lijkt een medische oorzaak vaak een rol te spelen.
Ook gebeuren er bermongevallen doordat de automobilist schrikt en plotseling het stuur omgooit. Dit kan zijn door een overstekend dier, een tegenligger of verblinding door de zon. Dit speelde bij ongeveer 15% van de bermongevallen.


Ernst afloop beperken

Als het onverhoopt niet mogelijk is om een bermongeval te voorkomen, dan moet in elk geval de ernst van de afloop worden beperkt, beveelt de SWOV aan. Dit kan o.a. door het verplaatsen, afschermen of verwijderen van obstakels langs de weg en het flauwer maken van taludhellingen. Het ernstigste letsel bij bermongevallen ontstaat namelijk doordat het voertuig in contact komt met een boom die dicht langs de weg staat of doordat het voertuig over de kop slaat. Dat laatste wordt mede veroorzaakt door steile taludhellingen van bijvoorbeeld sloten (de walkant van een sloot).

Ontwerprichtlijnen
De maatregelen die betrekking hebben op aanpassing van de weg(omgeving) kunnen volgens de SWOV nu al plaatsvinden door bestaande richtlijnen uit het Handboek veilige inrichting van bermen (CROW) toe te passen. Op veel van de wegen waar de onderzochte bermongevallen plaatsvonden, zijn deze richtlijnen niet toegepast. Hoewel wegbeheerders niet wettelijk verplicht zijn deze richtlijnen te volgen, verdient het aanbeveling om wegbermen conform het bovengenoemde Handboek in te richten.

Rapporten
De SWOV heeft twee studies naar bermongevallen uitgevoerd. De rapporten van beide studies zijn sinds vandaag openbaar. De ene studie (R-2011-24) is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van IenM en vond plaats in het kader van een pilotstudie diepteonderzoek. De andere studie (R-2011-20) is uitgevoerd in opdracht van de provincie Zeeland. De bevindingen die in dit persbericht staan vermeld, zijn het gezamenlijk resultaat van deze beide studies. De geanalyseerde bermongevallen vonden deels plaats in de provincie Zeeland en deels in het eigen werkgebied van het onderzoeksteam (de regio’s Haaglanden en Hollands Midden). De percentages die in dit persbericht staan vermeld, hebben betrekking op het totaal aantal van 86 bermongevallen.

• Rapport R-2011-24: Bermongevallen: karakteristieken, ongevalsscenario’s en mogelijke interventies; resultaten van een dieptestudie naar bermongevallen op 60-, 70-, 80,- en 100 km/uur-wegen.. (pdf)

• Rapport R-2011-20 Bermongevallen in Zeeland; karakteristieken en oplossingsrichtingen; Resultaten van een dieptestudie is vanaf 26 januari 11.00 uur beschikbaar. (pdf)